Home Page Hoe het allemaal begon

Stichting De Brug werd in 1987 in Nederland opgericht door Bram Oosterwijk om vervolgde christenen in de vroegere communistische wereld te helpen. Na de val van de Berlijnse Muur bleef De Brug actief in Oost-Europa en ondersteunde vele lokale kerken en organisaties die zich inzetten voor minder bevoorrechte groeperingen in hun maatschappij. Dit was onder meer in Rusland, Albanië, Kazachstan, Kosovo, Wit-Rusland, Oekraine.

In 1999 vond in Kosovo een etnische zuivering plaats en veranderde het gebied binnen een paar maanden in een verwoest gebied. Huizen waren kapotgeschoten en fabrieken gebombardeerd. Tienduizenden kinderen werden wees en duizenden vrouwen weduwe. Vanwege de projecten die De Brug in dit gebied al had, was het mogelijk om gelijk crisishulp te bieden aan de eerste stroom Kosovaarse vluchtelingen in Albanië. Na afloop van de oorlog werd De Brug in samenwerking met de Albanese organisatie Rilindja actief in de stad Gjakova in Kosovo.

Kosovo
In samenwerking met zowel internationale als lokale organisaties bood De Brug directe crisishulp in de vorm van voedsel, kleding en huisvesting. Daarna werd het ‘wezen en weduwenproject’ opgericht om de oorlogsweduwen en hun kinderen te helpen. Honderden weduwegezinnen werden maandelijks bezocht en financieel ondersteund. De jaren daarna werd naast de crisishulp en de armoedebestrijding ook steeds meer structurele hulp verleend. Dit ging in de vorm van renovatie- en educatieprojecten en het ‘koeienproject’, waarmee oorlogsweduwen zelf inkomsten konden genereren.